De businesskansen van het internet der dingen
Een interview met Erik Peeters van KPN
Door Marco Hanegraaff
4 januari 2016
Het internet der dingen, ook wel het Internet of Things of IoT genoemd, is overal om ons heen. En toch moet de grote opmars nog beginnen, zegt Erik Peeters, directeur IoT bij KPN. Dat gebeurt wanneer bedrijven zich gaan realiseren welke enorme businesskansen dit biedt, voegt hij eraan toe.
TNM: Wat verstaat u onder het Internet of Things?
Erik Peeters: Het internet der dingen is het geheel van technische oplossingen, waarbij apparaten verbonden worden met het internet om bedrijfsprocessen te optimaliseren, om kosten te verlagen en om de levens van mensen te verbeteren. Het bestaat uit drie elementen: de connectiviteit, het slimme device en het datamanagement. Dat laatste is het opslaan, beheren en slimme dingen met die data doen. Als je die drie dingen samenpakt, dan heb je een IoT-toepassing.
TNM: Wat is het verschil met het internet zoals wij dat kennen?
EP: Het internet is tot nu toe heel specifiek gebonden geweest aan PC’s en later ook tablets, laptops en smartphones. Bij het internet der dingen communiceer je weliswaar over het internet, als drager, maar gaat het om veel meer soorten slimme devices die ontsloten zijn, om daar informatie uit te halen of om die te kunnen aansturen. Dus de technologie is wel het internet, maar de toepassing lijkt in niets op het browsen zoals wij dat elke dag doen.
TNM: Kun je voorbeelden noemen van toepassingen?
EP: Kijk uit het raam, het zit overal, variërend van lantaarnpalen tot Tesla’s, vending machines, in- en uitcheckpalen op het perron, verkeerslichten, OV-fietsen, echt overal. Dit is al een hele tijd aan de gang, weliswaar binnen het B2B-segment. Om je nog een voorbeeld te geven: slimme meters van elektriciteitsbedrijven. Daar stopten wij zes jaar geleden al een simkaart in, om ze op afstand te kunnen uitlezen. Dat maakt het factureren aan bedrijven goedkoper en nauwkeuriger. De toepassing neemt de laatste jaren wel een grote vlucht, doordat de technologie goedkoper is geworden en dus ook makkelijker toe te passen in bedrijfsprocessen. Voorheen was het veel duurder. Dan moest je er echt een business case voor opzetten.
Door die koe te voorzien van een sensor en die te verbinden aan het internet, hebben ze die informatie realtime binnen handbereik.
TNM: Over die business kant gesproken, welke kansen biedt het voor bedrijven?
EP: Die zijn er over een paar verschillende assen. De eerste is kostenbesparing. Dat is voor veel bedrijven een kans, zeker in dit deel van de wereld, waar de loonkosten hoog zijn. Neem het voorbeeld van de slimme meter: Daar hoeft dus niet meer iemand fysiek naar toe. Een andere is: nieuwe verdienmodellen. Ook dat is een kans, als de technologie ineens een nieuwe markt open zet of een nieuwe toepassing mogelijk maakt. Om je een voorbeeld te geven: Als het mogelijk wordt om op billboards langs snelwegen bewegende beelden te laten zien, dan maakt dat nieuwe verdienmodellen mogelijk voor adverteerders door andere of veel meer adverteerders tegelijk erop te laten. Een derde kans is innovatie. Producenten van melk zijn bijvoorbeeld geïnteresseerd in de conditie van een koe in de wei, omdat dat iets over de kwaliteit van de melk zegt. Door die koe te voorzien van een sensor en die te verbinden aan het internet, hebben ze die informatie realtime binnen handbereik.
TNM: Is het internet der dingen iets voor elk bedrijf of elke sector?
EP: Er is volgens mij geen enkel bedrijf waar je niet op een of andere manier het internet der dingen zou kunnen toepassen en waarbij dat niet kan resulteren in die kostenbesparing of nieuwe verdienmodellen of innovatie. Het is overal mogelijk.
TNM: Welke uitdagingen brengt het met zich mee voor bedrijven?
EP: Er zijn verschillende uitdagingen. De technologie maakt alles mogelijk, maar organisaties willen vooral weten wat de impact is op hun mensen en processen. Of ze die processen moeten aanpassen en of ze andere soorten mensen moeten aannemen of mensen moeten ontslaan. Dat is vaak de impact die het heeft. Wat ook interessante vraagstukken oplevert is de acceptatie door mensen. Een voorbeeld dat ik vaak noem is de online bloeddrukmeter voor ouderen. Men heeft zich lang afgevraagd waarom die niet aansloeg, totdat men zich realiseerde dat ouderen het vaak helemaal niet fijn vinden om thuis te moeten blijven. Die vinden het prima om even naar de dokter te gaan, met als gevolg dat ze de stekker eruit trekken en dan roepen dat hij het niet meer doet. Om toch die wandeling naar de huisarts te kunnen maken. Dat aspect zien we snel over het hoofd.
TNM: Hoe kunnen organisaties zich hierop voorbereiden?
EP: Vaak passen we speciale IoT-workshops toe. We gaan dan een hele dag met belanghebbenden van een organisatie om tafel zitten en stellen met elkaar de vraag: ‘Stel je nou eens voor dat dat en dat mogelijk zou worden, wat zou dat dan betekenen voor de bedrijfsvoering, waar zou je tegenaan lopen?’ Daar is geen generiek antwoord op te geven, omdat elke organisatie anders is. De workshops zijn zeer vruchtbaar gebleken, omdat het organisaties helpt om te snappen wat het is en welke drempels ze overheen moeten. Ze leveren meestal een goed beeld op van de contouren van de oplossing die je zou willen als bedrijf. Hoe het dan verder moet, daar hebben we technische consultants voor die dan met zo’n klant aan de slag gaan en kijken welke technische oplossingen ze nodig hebben. Veel van deze oplossingen leveren wij niet zelf. Daar hebben we partners voor. Onze rol is om in dat hele ecosysteem de juiste partijen bij elkaar te zoeken en er dan samen met hen voor te zorgen dat er een werkende Internet of Things-oplossing wordt geboden.
Een andere trend is dat het ook steeds meer het consumentendomein in kruipt, zoals de slimme thermostaat in je huis of wearables om je heen.
TNM: Welke trends verwacht u de komende jaren?
EP: Een grote trend is het enorme volume. Het internet der dingen groeit superhard. De geleerden betwisten elkaar over de aantallen, maar de miljarden vliegen je om de oren. Connected devices, heb ik het dan over. De vraag is dan: ‘Waar gaan al die devices zitten?’ Tot nu toe speelde het zich vooral af binnen het business domein, om bedrijfsprocessen te verbeteren of om de overheid te helpen hun werk in de publieke ruimte beter te kunnen doen. Een andere trend is dat het ook steeds meer het consumentendomein in kruipt, zoals de slimme thermostaat in je huis of wearables om je heen. Die trend is net opgestart, maar die is wel aan de gang.
TNM: Wat wordt jullie volgende stap?
EP: Wij willen de enabler van het internet der dingen in Nederland worden. Tot nu toe leveren we vooral connectiviteit. Daarnaast kunnen we de data opslaan. Die laatste stap gaan we echter veel zwaarder maken. Dus: we halen de data uit je apparaten, op een veilige manier, en we slaan het voor je op. Maar we onderzoeken ook of we de data van meerdere partijen met elkaar kunnen combineren, in hoeverre dat toegevoegde waarde oplevert voor de bedrijven die hun data ter beschikking stellen. Dus zoals iedereen het heeft over big data, doen wij er ook heel nadrukkelijk onderzoek naar. Wat het derde element van IoT betreft, de sensoren en slimme devices, die gaan we niet zelf leveren. Dat laten we aan de bedrijven in ons partner-ecosysteem over. Wel willen we de verbinder zijn tussen eindklant en partners om samen IoT concreet te maken.
TNM: Welke bronnen raad u de lezer aan om in de gaten te houden?
EP: Leuke vraag, die krijg ik nooit. Dus die heb je nog van me tegoed.
-
http://www.gijsmolsbergen.wordpress.com/ Gijs Molsbergen
-
Marco
-




